
Wrang-kolderieke scènes en misantropie, de inmiddels beproefde combinatie waarmee Dimitri Verhulst de laatste jaren succes boekt. Ook nu weer een waanzinnig verhaal over een man die, om van het gezeur en gezaag van de echtgenote af te zijn, dementie voorwendt (Hoewel volkomen opzettelijk, is het zeer tegen mijn zin dat ik iedere nacht opnieuw in mijn bed schijt.) en zich laat opnemen in een verzorgingshuis. In ieder geval: dat is de kapstok, het boek gaat vooral ook over het terugkijken op een saai leven, gemiste kansen en de afrekening daarmee en de hunkering naar geluk. Bij vlagen hilarisch, dus hardop lachen.