20 juni 2013

50books - vraag 23

Vraag 23:
Kunnen computers fictie schrijven?




Tijdens mijn studie in Delft heb ik een paar vakken gelopen bij prof. S.J. (Joop) Doorman. Professor Doorman was de zoon van Karel en de vader van Maarten. Een prachtige, veelzijdige man. Hij studeerde wiskunde en filosofie. Directeur van de VPRO, directeur van het Sweelinck-conservatorium, Kroonlid in het NOS-bestuur, hoogleraar in Eindhoven en Delft. Hij trachtte de bèta's aan de TH Delft aan het denken te brengen over goed en kwaad, over waar en onwaar, over schoonheid en troost. Hij had ook altijd mooie verhalen. Een keer tijdens de lunchpauze zat ik bij hem aan tafel. Hij vertelde het volgende 1): Ons waarnemen, denken en handelen komt voort uit hersenactiviteit. Onze hersenen zijn te vergelijken met een gigantische elektronische schakeling die gevoed wordt met inkomende elektrische stroompjes, voortkomend uit de waarneming van licht, geluid, geur, smaak, krachten. Daardoor zien horen, ruiken, proeven en voelen we onze omgeving. Onze hersenen verwerken die informatie en doen er wat mee. We reageren op deze prikkels, en ook deze reacties worden weer door ons waargenomen.
Maar, zo vervolgde professor Doorman, stel je nu eens voor dat er een superintelligent ras bestaat, ergens in het heelal, dat er in geslaagd is een stel hersenen te isoleren van het lichaam en, gedompeld in een isotone vloeistof, door middel van een supercomputer te voorzien van de juiste stroompjes op de juiste plaats en tijd. Dan zouden die hersenen dat toch verwerken als een echte omgeving? Zoals ook wij een echte omgeving waarnemen? Of DENKEN we dat alleen maar, en liggen onze hersenen ook ergens in een vat, aangesloten op een supercomputer. Daaruit voortvloeiend: kunnen we onze waarnemingen, gedachten wel voor 100 % vertrouwen? Kunnen we wel denken wat we denken als we niet zeker kunnen zijn of het wel waar is?

Ik weet het, professor Doorman heeft dit niet zelf verzonnen, het was Hilary Putnam 2) en eerder (in een wat andere vorm) René Descartes 3). Maar hij wist het smakelijk te brengen, tijdens de lunch in de kantine van het Wiskundegebouw.

Nu het antwoord op vraag 23 van #50books: Gezien het voorgaande valt logischerwijs niet uit te sluiten dat de romans of gedichten die we lezen in ons hoofd gefabriekt worden door stroompjes uit een supercomputer. Misschien werden mijn gedachten alleen maar gemanipuleerd, zodanig dat ik dacht dat ik een boek met de titel De stille kracht van Couperus herlas, vorige week. Misschien waren het toch computersignalen, en misschien gold dat ook voor de hele inhoud van het betreffende boek. En: het valt ook niet uit te sluiten dat computers alle literatuur geschapen hebben, van het eenvoudigste doktersromannetje tot aan Ulysses van James Joyce. Misschien denk ik alleen maar dat er een boek bestaat met de titel Under the volcano, ik heb het nooit gelezen, en al had ik dat, dan was ik er nog niet zeker van. En dat geldt ook voor deze blog, en voor Uw gedachten nu.

1) Zie wikipedia-lemma: Hersenen in een vat (http://nl.wikipedia.org/wiki/Hersenen_in_een_vat, geraadpleegd 19 juni 2013)

2) Putnam, H. (1981): "Brains in a vat" in Reason, Truth, and History, Cambridge University Press; reprinted in DeRose and Warfield, editors (1999): Skepticism: A Contemporary Reader, Oxford UP.

3) R. Descartes, Meditations on First Philosophy. In: The Philosophical Writings of Descartes, vol. 2. Vertaald uit het Latijn door J. Cottingham, R. Stoothoff, D. Murdoch. Cambridge/New York/Melbourne: Cambridge University Press, 1996

#50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Iedere zondagochtend, voorlopig 50 weken lang stelt hij een vraag met betrekking tot boeken. De blogs die we daarover schrijven verzamelt hij op zijn weblog, daar is dan een overzicht te vinden van de reacties op deze en eerdere vragen.