
In de laatste 10 dagen van het jaar herlees ik vaak De Avonden van Gerard Reve. Een van mijn favoriete boeken. Een andere (ook vaak herlezen) favoriet is Bij nader inzien, van J.J. Voskuil. Voskuil en Reve waren generatiegenoten en zaten aanvankelijk bij dezelfde uitgever, Van Oorschot. Het is misschien aardig om eens na te gaan, wat ze van elkaars boeken vonden.

Ik ken geen uitspraken uit de eerste hand van Reve over Voskuil. Wel beschrijft Voskuil in Geert (gepubliceerd in Tirade, later opgenomen in Onder andere) hoe Geert van Oorschot Reve's ('Gerard Kornelis') reactie op Bij nader inzien weergaf:
Gerard Kornelis komt bij me. Dat doet hij wel meer. (...) Hij ziet dat manuscript liggen. Al die mappen, (...) en hij zegt: Heb je weer wat? - Ik laat hem drie bladzijden lezen! Helemaal zijn probleem! Hij leest ze. Heel aandachtig! Want hij leest met het oog van de schrijver! Hij zegt: Die man schrijft karig! (...) En dat gaat vijftienhonderd bladzijden zo door? - En dat gaat vijftienhonderd bladzijden zo door! - En dat ga jij uitgeven? - Ja, zeg ik. (...) En hij haalt zijn portemonnee uit zijn zak en legt zo vijftig gulden op tafel. Van zijn armoedje! Ik koop dat boek, zegt hij. - Ik zeg: Godverdomme kerel, jij krijgt het eerste presentexemplaar!
Voskuil over G.K. van het Reve: J. Heymans merkt in Lam naast leeuw op dat Reve opvallend afwezig is in Bij nader inzien. Zo ontbreken de dagen 22 t/m 31 december 1946 (de dagen in De Avonden) in de gedateerde paragrafen van Bij nader inzien, in zekere zin daarmee de leegte (die ook in De Avonden voorkomt) benadrukkend. Ook het godslasteringsproces wordt niet vermeld, in tegenstelling tot bijv. het proces tegen Hermans wegens het beledigen van een volksgroep. Op 19 november 1947 schrijft Maarten aan Nicolien: 'De Avonden is wel goed, maar je wordt er beroerd van. Ik lees liever Van Schendel, die gelooft tenminste nog ergens in en hij wandelt ook.' (Maarten was er kennelijk snel bij, De Avonden verscheen nog geen drie weken eerder, op 1 november 1947)
In een interview met Heymans (Lam naast leeuw) bevestigt Voskuil dat hij in eerste instantie niet veel met Van het Reve had, omdat hij 'helemaal in de ban was van Van Schendel'. Tijdens zijn studie (zie BNI) is Voskuil daarvan afgestapt en herkende hij in Van het Reve een mede-nihilist, zij het met verschillen:
Het verschil tussen Van het Reve en mij is dat hij radicaal afstand heeft genomen van het sociale ideaal van zijn vader terwijl ik dat nooit heb gedaan. (...) Ik zou ontzettend graag zien dat de maatschappij heel anders werd ingericht.Die behoefte ontbreekt, geloof ik, bij de schrijver van De Avonden. (...) Ik ben opgevoed in een veel liberaler klimaat dan Van het Reve. Dat heeft ongetwijfeld invloed gehad op ons beider schrijverschap (...). Wat mij met Van het Reve verbindt, en Bij nader inzien met De Avonden, is naar mijn idee het identiteitsprobleem: het niet weten wie je bent. Dat heeft aan de ene kant te maken met de invloed van je vader. (...) Aan de andere kant ben je min of meer erfelijk belast met onzekerheid. (...) Daar heeft de oorlog nog een schepje bovenop gedaan.
Twee schrijvers dus die, hoewel er verschillen zijn, toch sterk met elkaar te maken hebben. Ik vind beiden op hun eigen manier geweldig. Bij Voskuil herken ik veel van de protagonist Maarten Koning, en zijn probleem in Bij nader inzien, en ik las met veel plezier en instemming jarenlang elk nieuw deel van Het Bureau. Reve's De Avonden herlees ik jaar na jaar. In een periode van groot persoonlijk verdriet was hij degene die mij troost bood met zijn prachtige boeken. Het spijt mij dat ik hem dat nooit heb laten weten.
Het is Kerstavond, ik ga nu hoofdstuk 3 van De Avonden lezen, en daarna een aflevering van het hoorspel Het Bureau beluisteren. Fijne Kerstdagen, allen!