11 oktober 2009

Natuur is voor de dommen

Het kabinet heeft besloten de Hertogin Hedwigepolder in Zeeuwsch-Vlaanderen onder te laten lopen, als compensatie voor het verdiepen van de vaargeul in de Westerschelde. Dit gaat dus weer gewoon door. Zoals altijd alles doorgaat als er een economische component in zit. In 1839 verplichtte Nederland zich de bereikbaarheid van de Antwerpse haven te garanderen door de Westerschelde bevaarbaar te houden. Inmiddels zijn we 170 jaar verder, en de schepen steken inmiddels zo diep, dat uitbaggeren tot 13,10 m nodig is. Zulke schepen kunnen Antwerpen overigens wel bereiken, maar niet altijd, vanwege de sterke getijden.
Baggeren dus maar. Dit gaat ten koste van de natuur. In de Westerschelde liggen (nog steeds, maar wel steeds minder) vele hectaren buitendijks natuurgebied. Dat wordt aangetast, en moet gecompenseerd. Dat klinkt mooi, maar die compensatie gaat wel weer ten koste van iets anders waardevols, namelijk Nederlands cultuurgebied.

Verder rapporteerde vorig jaar Deltares, een instituut op het terrein van waterbeheer en bouwen in deltagebiedenal en kwam tot de volgende conclusies.

1. De Hedwigepolder is meest ongunstige plek om een ontpoldering te situeren. De initiele voordelen zijn kleiner, en de lange termijn nadelen zijn groter en treden eerder op, dan bij een meer zeewaarts gesitueerde ontpoldering.
2. de lange termijn effecten van ontpoldering van de Hedwigepolder op de natuurwaarde van de Westerschelde als geheel zijn hoogstwaarschijnlijk per saldo (areaal*natuurwaarde*periode) negatief
3. het argument tegen het alternatief ‘bodemverlaging Verdronken Land van Saeftinghe’, namelijk opslibbing die noopt tot nieuw ingrijpen op termijn is precies even sterk en op dezelfde tijdschaal van toepassing op het alternatief ontpolderen
4. alleen de ontwikkeling van schorgebieden met cyclische successie leidt tot duurzaam, hoogwaardig natuurherstel, door ‘behoud van areaal, van dynamiek en van natuurwaarde’.
5. De hamvraag (key question) die vooralsnog onbeantwoord blijft is: waar en hoe kunnen in de Westerschelde omstandigheden worden gecreƫerd voor de ontwikkeling van schorren met cyclische successie. Dit is zeker niet het geval bij ontpolderen, en ook niet te verwachten bij het uitsluitend verlagen (zonder aanvullende maatregelen) van het Verdronken Land van Saeftinghe.

Dat is nog wel het malste aan deze tragedie, er IS WELDEGELIJK een alternatief, namelijk het weer verlagen van het niveau van het in de jaren 30 van de vorige eeuw kunstmatig omhooggebrachte Verdronken Land van Saeftinghe. Dit zou m.i. verkiezenswaardig zijn. Daar zou inderdaad pseudo-natuur naar echte natuur HERSTELD worden, en het zou het cultuurlandschap sparen. Dit alternatief is aangedragen en bekend, maar er wordt niets mee gedaan.

Slecht en onvoldoende, dus. En dat in een toch al zwaar onder vuur liggend gebied.

Aan de andere kant van Zeeuwsch-Vlaanderen, bij Breskens, dreigt namelijk ook ontpoldering, het project Waterdunen

En meer algemeen kan men zich de vraag stellen wat de natuur of het cultuurlandschap in en rond de Westerschelde nog voorstellen.
Lees Ik ging naar de Noordnol, het natuurdagboek van Hans Warren, of de eerste delen van diens Geheim Dagboek. Veelvuldig komt daar een uniek natuurgebied bij Borssele ter sprake, de Kaloot. Momenteel loost daar een KERNCENTRALE het koelwater in de Westerschelde. Van de Kaloot rest nog een klein stukje, maar daar wordt nu een containerterminal gepland. Mijn vader vertelde mij twee jaar geleden nog over de natuur even ten oosten van Vlissingen. Daar ligt nu de Sloehaven. Aan de overkant van de Schelde, in Zeeuwsch-Vlaanderen, beheerst de industriele sky line van Dow Terneuzen het uitzicht. Ik heb in mijn fotoalbum nog een kiekje waarop ik daar op het strand speelde, met op nog geen meter een zeehond. Ik kende dit foto'tje niet en kon nauwelijks geloven dat dit zo was. Mijn vader heeft het mij bevestigd. Er was daar een grote populatie zeehonden. Allemaal verdwenen.

Naschrift:
Ik realiseer me dat we allemaal in meer of mindere mate hieraan debet zijn. Zelf werk ik ook bij een bedrijf (Corus) dat aan de Noordzeekust ligt. Op dezelfde plek lag eertijds een schitterende duinvallei, de Breesaap. Hildebrand schreef hierover in de Camera Obscura, in Een onaangenaam mens in de Haarlemmerhout: Ik had een Leidse makker bij mij gelogeerd, met wie ik te Zomerzorg eten zou, om vervolgens over Velzerend naar Velzen te wandelen, waar wij de nacht zouden doorbrengen om 's morgens naar de Breezaap te gaan en aldaar wat te botaniseren, waarvan wij beide grote liefhebbers zijn.
Over de verwoesting van de Breesaap door met name de aanleg van het Noordzeekanaal scheef Conny Braam in De woede van Abraham.