Gijs Hesselink is weer terug van vakantie, en geheel in stijl plaatst hij daarover een bericht in zijn genealogische blog, die ik altijd met plezier lees (http://gijsgenealog.blogspot.com/).
Dit keer ging het over glas. In Gijs' voorgeslacht komen glasblazers voor, en hij vertelt (bericht van 14 mei):
"Ook moest ik in het glasmuseum denken aan een andere voorvader, namelijk Hendrik Stolle. Hij was glasblazer en mogelijk afkomstig van Hagen of Herdecke in het Roergebied. Hij vestigde zich in Amersfoort, waar hij in 1746 trouwde. Zijn zoon Casper Stol werd eveneens glasblazer in Isselt en Nijkerk. Ook zijn genen zijn in mij aanwezig."
Die laatste zin zette mij aan het denken. Is dat wel zo?
Ik heb geprobeerd daar wat aan te rekenen.
Ik weet inmiddels dat er tussen Gijs Hesselink en Casper Stol 6 generaties zitten. Zoals wellicht bekend liggen de genen bij de mens op de chromosomen, daarvan hebben we 22 paar gewone en 2 geslachtschromosomen, voor vrouwen 2 keer X en voor mannen X en Y. Een kind erft de helft van de gepaarde chromosomen van de vader en de helft van de moeder, en ook van ieder nog een geslachtschromosoom. Dit betekent dat een kind van Casper zeker genen heeft van Casper. Maar bij een volgende generatie (kleinkind) kunnen de chromosoomhelften met de genen van Casper worden doorgegeven, of die met de genen van Casper's vrouw. Voor elk chromosoom van het kleinkind betekent dit een kans van 50 % op aanwezigheid van genen van Casper.
Na 6 generaties is de kans dat op het (bijv.) eerste chromosoom nog de genen van Casper aanwezig zijn, geslonken tot 1/2 tot de macht 6, dit is 0,03125.
De kans dat er juist geen genen van Casper meer op dat eerste chromosoom aanwezig zijn is dan 1 - 0,03125 = 0,96875. Maar goed, een mens heeft 23 chromosomen. De kans dat er op geen enkel van deze nog genen van Casper liggen is dan 0,96875 tot de macht 23, dit is 0,481802952. Oftewel: fifty-fifty kans dat Gijs geen of nog juist wel genen van Casper heeft.
Denk ik.