Een alleraardigst boekje van Henk Romijn Meijer, met een aantal bijna terloopse herinneringen aan Gerard van het Reve in de jaren '50. Ik was zo'n beetje vergeten dat ik dit had, ik kwam er weer op omdat ik het Henk Romijn Meijer Parelduikernummer aan het lezen ben. Het gaat eigenlijk over Reve én Meijer. Reve zat toen in de redactie van Tirade en vroeg Romijn regelmatig om kopij.
Helemaal zeker weet ik het niet, maar volgens mij is het vandaag (29 augustus) precies 45 jaar geleden (waar blijft den tijd) dat ik naar de MULO ging. 29 augustus viel in 1966 ook op een maandag. Bijgaand een fotootje van de site van het Haags Gemeentearchief, van deze Willem Ruys MULO (van wat later datum, 1981). Cito-toetsen bestonden nog niet, maar door praten wist mijn vader het hoofd van de lagere school te bewegen tot een ander 'bindend advies' dan de LTS, wat binnen de familie als een mooi succesje beschouwd werd.
De eerste schooldag werden we ontvangen door de directeur, meneer Moed, die toen al min of meer tegen zijn pensioen aanliep. Hij las onze namen voor uit een klein oranje notitieboekje, en droeg ons over aan de klassenleraar, meneer Baal, een aardige Surinaamse man, die les gaf in Nederlands, schoonschrijven (!), Frans, Algebra, Vaderlandse en Algemene Geschiedenis. Daarnaast waren er natuurlijk nog andere vakken en leraren. Het was een klassikale school, die ik overigens ergens een keer in een boek omschreven zag als de strengste MULO van Den Haag. Lang haar bij jongens was uit den boze.
Er was drie keer per dag pauze, we mochten de school dan niet verlaten, maar moesten op het schoolplein blijven. Dat was een min of meer rechthoekig binnenplein, en we werden geacht in groepjes van 3, 4 personen over dat plein rond te lopen, allemaal in dezelfde richting, zeg maar net als op een schaatsbaan. Praten mocht, schreeuwen niet. Tegen de richting in of stilstaan was verboden.
Een keer per jaar was er het schoolfeest in de gymzaal. Meneer Moed had ook daar tamelijk archaïsche ideeën over. Hij beschouwde het feest als een soort schoolbal, en vond dan ook dat de jongens en meisjes in paren gearmd de zaal moesten betreden, en daarna met elkaar dansen. Niet te dicht tegen elkaar natuurlijk, meneer Moed liep tussen de dansparen door om de afstand tussen de dansers op minimaal 30 cm te houden. Ondertussen was het buiten wel 1966 - 1967, de tijd dus van The Beatles, The Who en The Stones (Let's Spend The Night Together was een grote hit) (nou ja, we waren 13 of zo, dus dat laatste viel ook wel weer mee).
Als ik dit allemaal weer bedenk schiet ik in de lach.
Gisteren kocht in een paar boeken op de boekenmarkt van de Amsterdamse Uitmarkt. Voor 15 euro 'scoorde' ik bij Van Oorschot de Verzamelde gedichten van Hanny Michaelis. De aanschaf daarvan overwoog ik al een tijdje, om de eerder aangeschafte jeugdherinneringen Verst verleden, het herdenkingsboekje Zonder een spoor van vrede en Een keuze uit haar gedichten door J.J. Voskuil het oeuvre min of meer compleet te maken.
Vandaag kwam ik er achter dat dit najaar van de Verzamelde gedichten een herdruk komt, aangevuld met een "ruime keuze (...) uit de gedichten die werden aangetroffen in de nalatenschap van Hanny Michaelis".
Dat vind ik nu toch jammer. Als ik dat eerder had geweten had ik die 15 euro in mijn zak gehouden en later dit jaar de aangevulde editie gekocht. Voortaan beter opletten.
Vandaag heb ik de boekenmarkt op de Amsterdamse Uitmarkt bezocht.
Tegen sterk gereduceerde prijzen kocht ik bij Van Oorschot en Bas Lubberhuizen in 'den dwazen onderdoorgang' van het Rijksmuseum: Strikt van Minke Douwesz, Verzamelde gedichten van Hanny Michaelis, boekjes met literaire wandelingen rond Hermans, Reve en Couperus, en het nieuwe Henk Romijn Meijer-nummer van De Parelduiker. Stond allemaal overigens al min of meer genoteerd als: aan te schaffen. Ook meegekregen, een gratis oud Tiradenummer met o.a. bijdragen van Wolkers en Reve.
Tevreden ging ik snel weer huiswaarts. Nu nog lezen.
Dit boekje las ik vandaag in de trein. Zonde van de tijd. Fragmentarisch. Torticollis betekent scheve nek. Toch nog iets geleerd. Nu weer een echt boek.
Een goed leesbaar, interessant boek over soorten geheugen, herinneren en vooral vergeten. Draaisma schrijft er onderhoudend over, laat (volgens mij: eerlijk, niet vooringenomen) over allerlei onderwerpen in het hersenonderzoek de stand van zaken de revue passeren, schrijft ook over eventueel concurrerende opvattingen, of over nog niet-opgeloste zaken. Compleet met een uitgebreide serie vindplaatsen in de eindnoten.
Een persoonlijke teleurstelling is wel dat de zogenaamde Total Recall, dit is de door velen veronderstelde herseneigenschap dat het geheugen alle relevante gebeurtenissen en indrukken in het leven heeft opgeslagen (alleen niet altijd goed benaderbaar), volgens Draaisma niet bewijsbaar bestaat. Jammer, want er zijn dingen die ik me niet meer herinner, maar waarvan ik dat best weer zou willen.