22 augustus 2026

Ik las (o.a.): J.J. Voskuil, Het zwijgen (Dagboeken 1987 - 2006)

Het zevende en laatste deel van de dagboeken van J.J. Voskuil, Het zwijgen. Nou ja, zwijgen, dit deel telt 1157 bladzijden. Inclusief register, maar in dit geval is dat nodig, nuttig en inderdaad veel gebruikt.  

Dit is een ongemakkelijk, moeizaam deel. Voskuil is met pensioen, en wat dan? Han (gepensioneerd) en Lousje (huisvrouw) zitten elkaar continu in de weg, en dat levert bladzijde na bladzijde irritaties, ruzies, huilbuien en slaande deuren op. De ruzies verlopen keer op keer volgens hetzelfde patroon. Lousje wil iets, Han wil wat anders, Lousje wordt daar boos om. Han geeft min of meer toe, Lousje zegt dat zij dan wel weer de minste zal zijn, enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts. Omdat Voskuil met pensioen is en tijd heeft voor zijn dagboek, worden deze ruzies uitgebreid beschreven. Ontluisterend. Gerbrand Bakker schreef in Trouw: verschrikkelijk, maar verslavend. Een van de Bureau-delen heeft als titel En ook weemoedigheid, een regel uit Het huwelijk, een gedicht van Elsschot. Voor dit dagboekdeel had men een andere regel uit hetzelfde gedicht kunnen nemen: Maar doodslaan deed hij niet. Nee, Han bleef bij Lousje, ik denk uit solidariteit, een kenmerkende eigenschap van Voskuil. Lousje en hij waren getrouwd, en zouden altijd bij elkaar blijven, hoewel Voskuil een aantal keren op, of over het randje van de huwelijkstrouw is gegaan. In dit deel (of liever: in de voetnoten, Voskuil schrijft er geen woord over) is er sprake van een verhouding met X., door de bezorgers geanonimiseerd. 

Zoals altijd zijn er ook de moeizame relaties met vrienden, zoals Henk (Romein) Meijer, Jan Bruggeman, Lou van Oyen. En er is de nasleep van het werk op het Meertens Instituut, Het Bureau. Op 10 januari 1989 komt Voskuil op Het Bureau om zijn dagboek, dat hij daar bewaarde, op te halen. Hij ziet dat de kamerindeling is gewijzigd, zijn erfenis (de kaartenbak) naar de kelder dreigt te worden verhuisd, en dat de vroegere medewerkers zich ergeren aan zijn bemoeizucht.

Als ik ooit dacht heb dat ik aan het hoofd stond van een kleine gideonsbende dan ben ik er door de ongeïnteresseerde, onverschillige houding van Koos en Marianne vandaag weer hardhandig aan herinnerd dat dit een fictie was. Ik word niet alleen niet gemist, mijn bezoeken en de herinnering aan vroeger irriteren hen. Dat is deprimerend, ook al wist ik het al langer dan vandaag. 

Het zwijgen bevat de dagboeken van 1 juli 1987 (de datum van pensionering) tot en met 4 oktober 2006. Maar in feite loopt het maar tot en met 1 april 1989. Dan stopt het, behoudens een enkele oprisping in 2001 (1 dag) en in 2006 (5 dagen). Voskuil ging zijn boek schrijven, Het Bureau. 

Zoals bij de eerder verschenen dagboeken las ik ook nu weer op de geëigende plaatsen de vakantiedagboeken van Voskuil. In dit geval de vakanties van 1988, 1990 en 1992, eerder gepubliceerd in Gaandeweg. 

En daar komt bij mij een vraagteken naar boven. De vakanties van 1990 en 1992 worden niet genoemd in het dagboek, er wordt daar dus ook niet naar Gaandeweg verwezen, zoals dat bij alle eerdere vakanties wél het geval was. De vakanties vallen binnen het eerder genoemde 'hiaat'. Kennelijk schreef Voskuil wél in zijn (vakantie?)dagboek tijdens de vakantie. Maar niet daarbuiten? Waarom hield Voskuil dagboek? Eigenlijk als zelfanalyse, om te onderzoeken hoe hij zich in situaties gedraagt, heeft hij meerdere keren gezegd. Om opgekropte woede af te voeren. Maar zou dat ineens niet meer nodig zijn na 1 april 1989, niet lang na het ontgoochelende bezoek aan Het Bureau? Voskuil heeft wel gezegd dat hij geplaagd werd door zware hoofdpijnen, en dat deze voorbij waren toen hij Het Bureau had geschreven. En er wordt op gewezen dat het schrijven van Het Bureau, en alles wat daar achteraan kwam, zeer tijdrovend was. Allemaal waar. Maar dat schrijven begon pas op 7 september 1990, ruim een jaar later. Ik vind het moeilijk te bevatten dat iemand van de een op andere dag stopt met schrijven, juist als dat schrijven een zelfanalyse, een onderzoek is. Een andere geopperde mogelijkheid is dat Voskuil gedesillusioneerd was over zijn dagboek, dat danig verminkt was door Lousje. 'Alle sjeu is eruit' zei hij tegen Detlev van Heest. Ik weet niet wannneer Lousje precies de schaar gepakt heet. Een andere mogelijkheid is dat Voskuil, of Lousje, de dagboekaantekeningen van na 1 april 1989 heeft vernietigd, wellicht omdat er veel in geschreven zou kunnen zijn over X., met wie Voskuil tot het eind van zijn leven een relatie heeft gehad. 

Veel van Voskuils dagboekaantekeningen zijn terecht gekomen in zijn literaire publicaties. De voetnoten verwijzen in voorkomende gevallen naar titel en bladzijde. Ik heb die boeken er ook maar bij gepakt. Zo heb ik dus ook De dood van Maarten Koning, De buurman en Requiem voor een vriend weer voor een flink deel herlezen. Overigens bevat Requiem voor een vriend ook verdacht veel dagboekachtige passages van na 1 april 1990. 

Het is jammer dat de bezorgers hierover niets naders (overlevering van dit deel van het dagboek, en de fragmenten uit 2001 en 2006) meedeelden, ook niet bij de boekpresentatie waar ik bij aanwezig was. U merkt, ik verzin ook maar wat. Ik had het graag allemaal aan de bezorgers gevraagd bij de boekpresentatie. Maar ja, toen had ik het boek nog niet gelezen. Sommige vragen blijven nu eenmaal onbeantwoord.

Voskuil overleed zoals bekend in 2008. Lousje woonde tot een paar jaar geleden nog steeds op hetzelfde adres, aan de Herengracht in Amsterdam. Dit voorjaar verscheen Het leven moe, dat een aantal gesprekken bevat tussen Lousje en Detlev van Heest. Deze laten de geestelijke slijtage zien. In het boek staan ook mooie foto's van het interieur van de woning, denkelijk genomen niet lang nadat Lousje Voskuil was verhuisd. Inmiddels (bijna 100 jaar) woont ze in een verpleeghuis. 

In de 'nasleep' van de dagboeken dit ook opnieuw gelezen. Nog even een ommetje, een bundel met interessante bijdragen. De tijd overwonnen van Paul van Tongeren, over de vergelijking van de stijlen van Voskuil en Proust, en over Voskuils wetenschapsopvatting vond ik het interessantst.

Hoe nu verder? Uitgeverij Van Oorschot is nog niet klaar met Voskuil. Er zit kennelijk nog meer in de literaire nalatenschap. In ieder geval is voor januari 2027 een bundel aangekondigd met brieven aan zijn vader Klaas Voskuil, de SDAP/PvdA voorman, hoofdredacteur van het Vrije Volk. Zoals uit de boeken van Voskuil blijkt, ook weer een moeizame, stroeve relatie. De titel belooft al wat, daarover.

Voor wat verder weg hoop ik dat er een goede biografie van Voskuil zal verschijnen. Die dagboeken zijn geweldig, maar dat is nog geen biografie. Detlev van Heest en Gerbrand Bakker hebben al gezegd dat zij die biografie NIET zullen schrijven. Misschien Arjen Fortuin, hij schreef bijvoorbeeld al over Geert van Oorschot. Maar dan moet eerst zijn huidige project, Louis Paul Boon, voltooid zijn. We zullen zien. Of niet.

12 augustus 2026

Ik herinner mij de zonsverduistering van 15 februari 1961

Vandaag is er weer een zonsverduistering. In Nederland is die niet totaal. Een totale verduistering heb ik nooit gezien en ga ik ook nooit zien. Maar ik herinner mij de gedeeltelijke zonsverduistering op 15 februari 1961. Nou ja, die datum moest ik opzoeken. Die verduistering was 's ochtends. Ik zat in de eerste klas van de lagere school. Voor de les begon, tussen 8 en 9, werden we verzameld op een grasveldje bij school, aan de Paets van Troostwijkstraat in Den Haag. We kregen allemaal (of moesten meenemen, dat weet ik niet meer) een mica glaasje, dat beroet was of werd (het was nog de tijd van de kolenkachels, en eclipsbrilletjes waren er niet). En toen keken we. Juffrouw Hilkemeijer zal er wel wat bij verteld hebben, toen. Er waren wel wolken, nu en dan, denk ik me te herinneren. Voor zover ik weet heeft niemand toen een oogbeschadiging opgelopen.Gelukkig maar.

07 juli 2026

L.E.J. Brouwer en Paul Dehoes

Jaren geleden, tijdens colleges filosofie aan de TH Delft, maakte ik kennis met de Wiener Kreis, en Ludwig Wittgenstein. Professor Joop Doorman behandelde zijdelings ook de intuïtionistische wiskunde van de 'mystieke wiskundige' L.E.J. Brouwer. 

Later dit jaar (2026) zal ik met een studievriend van die zelfde TH Delft de voorstelling Dekpunt van  cabaretier Jan Beuving bezoeken. Een dekpunt is een wiskundig begrip, waarover Brouwer zijn dekpuntstelling heeft bewezen. (Wat een dekpunt is kan ik nog wel bevatten, het bewijs van Brouwer is voor mij inderdaad 'hogere wiskunde'.)

In de toelichting van het programma valt verder te lezen: "Op 2 december 1966 steekt wiskundige Bertus Brouwer in Blaricum de straat over. Hij wordt doodgereden door een auto." Inderdaad, zo liep het af met de wiskundige L.E.J. Brouwer. 

Voor de studievriend en mij aanleiding om de biografie van Brouwer te lezen, een pil van zo'n 500 bladzijden.  


Een wonderlijk, interessant leven. Toegelaten tot de HBS op zijn negende. Na de HBS deed hij in een jaar ook nog het gymnasium erbij. Na zijn wiskundestudie is hij beroemd geworden door zijn werk op twee gebieden, de topologie (hiervan is zijn dekpuntenstelling een onderdeel) en de intuïtionistische wiskunde, deze is gebaseerd op het principe dat wiskunde door mensen in de tijd wordt geconstrueerd; alleen bewijzen die ook een dergelijke constructie bevatten worden als geldig gezien. Een gevolg is dat een 'bewijs uit het ongerijmde' niet als wiskundig geldig meer wordt aanvaard. Ook hier geldt: ik begrijp dat dit als systeem kan bestaan, maar niet goed hoe je hier praktisch mee kunt werken. (Maar ja, ik studeerde dan ook aan de TH, en werd ingenieur.)

Brouwer had, ook internationaal, een grote naam. Hij wordt beschouwd als een van de grootste wiskundigen van de 20e eeuw. Hij ging om met wetenschappers die beroemder zijn geworden en gebleven. Met o.a. Hilbert en Einstein zat hij in de redactie van het gezaghebbende wiskundetijdschrift Mathematische Annalen. In 1928 hield hij twee voordrachten in Wenen, om te spreken over 'Wiskunde, wetenschap en taal', en 'De structuur van het continuüm'. Ik waag me niet aan een bespreking of waardering van deze voordrachten, maar Ludwig Wittgenstein en Kurt Gödel woonden de voordrachten bij. De invloed van Brouwer op Wittgenstein was aanzienlijk. Er wordt gezegd dat Brouwers denkbeelden Wittgenstein inspireerden om terug te keren naar de filosofie, die hij na de Tractatus de rug had toegekeerd. 

Het boek besteedt ook veel aandacht aan Brouwers persoonlijkheid, hij was geen makkelijke man, maar had wel een sterk rechtvaardigheidsgevoel, dat hem soms bracht tot strijd met vakgenoten, maar ook met buren, overheden en universiteitsbesturen. Hij was gehuwd met Lize de Holl, zij was apothekeres. Brouwer deed zijn leven lang de administratie van de apotheek. Na de verkoop hiervan, na het overlijden van Lize in 1959, heeft de apotheek nog zo'n 40 jaar beider naam gedragen.

De algemene bekendheid van Brouwer in Nederland is volgens mij niet zo groot. In 2007 werd er een postzegel met zijn portret en de niet-erkenning van het principe van de uitgesloten derde (iets is waar, of niet waar) uitgebracht. Dat dan nog wel. 


Maar nu: L.E.J. Brouwer en Paul Dehoes, hoe zit dat dan? Brouwer had vele ruzies, rechtszaken en disputen, maar wanneer hij op zijn onwereldse manier mensen kon helpen, liet hij dat niet na.

In zijn woonplaats Blaricum kwam hij wel in de kruidenierszaak van W.G.F. Oversteegen. Deze vroeg Brouwer om advies over  over de studiekeuze van zijn zoon. Zou wiskunde iets voor hem zijn? Brouwer gaf de jonge Oversteegen daarna een paar wiskundelessen, en concludeerde dat zijn toekomst eerder aan de alfa-kant lag (p. 324).

In de jonge Oversteegen herken ik J.J. (Jaap) Oversteegen,  neerlandicus, hoogleraar in Amsterdam en Utrecht, die na de oorlog met J.J. Voskuil en Frida Vogels in Amsterdam Nederlands studeerde. Bij Vogels (De harde kern) komt hij voor als Joost, bij Voskuil in Bij nader inzien en Onder de huid als Paul Dehoes. In beider dagboeken als Jaap.

Zo bezien heeft Brouwer Oversteegen (mede) een zetje gegeven richting studie Nederlands, en daarmee richting vriendenkring van Voskuil, en dus richting romanpersonage Paul Dehoes. Zonder dat zetje van Brouwer was er voor Voskuil wellicht geen aanleiding geweest om te gaan schrijven.

29 juni 2026

Boekpresentatie J.J. Voskuil - Het zwijgen


Vandaag werd bij SPUI 25 in Amsterdam Het zwijgen, het zevende en laatste deel van de dagboeken van J.J. Voskuil gepresenteerd. Het boek zal overmorgen, 1 juli, de honderdste geboortedag van Voskuil, in de winkels liggen. Het was een leuk programma waarin ook over het hele werk en leven van Voskuil gesproken werd. 

Arjen Fortuin was moderator, praatte het geheel aan elkaar en interviewde de gasten.

Kees Hulst en Esther Scheldwacht lazen tussen de andere onderdelen 4 fragmenten uit het laatste deel voor, gesprekken, zeg maar kibbelpartijen of gerust: ruzies tussen Han en Lousje. Hilarisch. 

Bezorgers Detlev van Heest en Mirjam Lucassen vertelden o.a. over de opgaven waar zij voor stonden. Detlev van Heest vertelt over de gaten in de dagboeken. Voor een deel zijn dat periodes waarin Voskuil niet kón schrijven, omdat hij in een crisis verkeerde (bijvoorbeeld na de weigering van Geert van Oorschot om Binnen de huid te publiceren). Voskuil heeft  na zijn pensionering zijn dagboek overgetypt, Lousje Voskuil heeft daaruit delen die haar niet bevielen (ruzies, negatieve typeringen van Lousjes ouders), weggeknipt. Dit zeer tot verdriet van Voskuil, die vond dat daarmee de sjeu uit zijn dagboeken weg was, en dat ze volgens hem niet publicabel meer waren.

Volgens Van Heest heeft hij daarom het overgebleven dagboek geplunderd met de publicatie van Requiem voor een vriend en Onder andere. In de nu gerestaureerde dagboeken zijn de originele passages te lezen, zonder Lousje's censuur. 

Maar de bezorgers hebben in veel gevallen, met toestemming van Lousje, die inmiddels erge spijt had van haar censuur,  de weggeknipte passages kunnen reconstrueren aan de hand van de originele dagboekschriften die in veel (maar niet alle) gevallen bewaard zijn. (Voskuil heeft zelf de oudste originele schriften weggegooid, uit de beginjaren, maar ook latere, wellicht omdat daar geschreven werd over een buitenechtelijke affaire. !36 originele schriften (van 150) zijn bewaard gebleven.)

Gerbrand Bakker las daarna een stuk voor met een verslag van de verjaardagsvisite die hij met zijn man bracht aan Lousje, op 25 december 2025. Lousje is inmiddels opgenomen in een verzorgingshuis.  Ik hoop dat dit stuk nog eens ergens gepubliceerd wordt. 

Er waren nog wat vragen uit het publiek, die veelal draaiden om het raadsel waarom Voskuil en zijn vrouw bij elkaar zijn gebleven. Daar wist en weet niemand het antwoord op.  Volgens Gerbrand Bakker, die het laatste deel al las, wordt het daarin nog erger dan al uit de eerdere delen bleek. Ik ben benieuwd.

Ten slotte werden het eerste en tweede exemplaar van Het zwijgen uitgereikt aan Kees Hulst en Esther Scheldwacht.  

Na afloop was er nog een drankje, en gelegenheid om het boek alvast te kopen. Ik sprak nog even met Detlev van Heest, ook over zijn eigen boeken. Nieuwtje: in oktober verschijnt zijn volgende boek, Dit was het.

O ja, dit was dus het laatste dagboekdeel, maar komt nog meer, in ieder geval een boek met brieven van Voskuil aan zijn vader Klaas Voskuil.  Ook daar ben ik benieuwd naar, maar eerst dit deel maar eens lezen. Inclusief register 1157 bladzijden.

27 juni 2026

Een kwartje

We waren kort in Polen, voor zon en zee. Later dit jaar gaan we weer, dan voor een stedentrip. Polen heeft als munteenheid niet de euro, maar de złoty. Dat betekende voor deze toerist dat bedragen in hotels, horeca en winkels 'even omgerekend' moeten worden. 

Ik zag dat de waarde van de złoty zo'n 23 eurocent is. Met E. zei ik: 'ongeveer een kwartje'. Dat is natuurlijk hoogst onnauwkeurig geformuleerd. Het kwartje bestaat niet meer, en had ook een heel andere waarde. Maar het is wel meteen duidelijk wat er bedoeld wordt, en een handige omrekening.

Ik heb absoluut geen heimwee naar de gulden, de euro bevalt mij prima. Maar dat kwartje was een fijn muntje. Nog steeds, als omrekeneenheid in Polen. 

P.S.: Ik heb in Polen geen złoty gezien, betalen ging overal met pinpas of telefoon.

11 mei 2026

Waterpas

 

Dit is de waterpas van mijn vader. Ontelbare keren heb ik hem ermee in de weer gezien, als hij weer wat timmerde of ophing, privé of voor zijn werk. Het is een fors ding, 60 centimeter lang. Hij kreeg hem van mijn moeder, bij gelegenheid van hun huwelijk. Mijn ouders waren niet echt arm, maar ze hadden het ook niet breed. Elk dubbeltje werd een paar keer omgedraaid voor het werd uitgegeven. Vandaar dit 'nuttige cadeau' bij die feestelijke gebeurtenis. Of mijn moeder wat van mijn vader kreeg, en wat dan, dat weet ik niet. De waterpas is een dierbaar aandenken uit mijn vaders nalatenschap. Ik gebruik hem, als het zo uitkomt. Vandaag hing ik een spiegel op. Dan komt zo'n waterpas goed euh, van pas. En ik ben weer even met mijn vader.

30 maart 2026

De Sgt. Pepper-hoes en -puzzel

Vandaag 59 jaar geleden, op 30 maart 1967 waren John, Paul, George en Ringo present bij de fotoshoot voor hun volgende lp, Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band. Het ontwerp was van Peter Blake, een gerenommeerd pop-art kunstenaar. Het idee was dat ze niet zouden poseren als The Beatles, maar dat ze 'een andere band' waren, net klaar met optreden, met het publiek achter zich verzameld. Dat publiek zouden mensen moeten zijn die ze in het publiek 'zouden willen hebben'. John, Paul en George maakten lijstjes met personen (John suggereerde naast een aantal filosofen en componisten onder andere ook Jezus, Gandhi en Hitler, 'just for fun', George had een lijstje met Indiase goeroes, Paul een aantal muziekidolen waaronder Bob Dylan, en Ringo had geen bijdrage maar vond alles best wat de anderen kozen.) Peter Blake voegde o.a. de wassen beelden van The Beatles uit Madame Tussauds toe. Na de fotoshoot gingen The Beatles naar de EMI-studios, om verder te werken aan With A Little Help From My Friends.  


Een van de aardige dingen (vind ik) is dat het geen fotomontage is, maar een hele constellatie van levensgrote afbeeldingen op karton, wassen beelden, een bloembed, een Sgt. Pepper drum en allerlei andere spullen, waar John, Paul, George en Ringo in fantasie-uniformen met een muziekinstrument in plaatsnamen. Meerdere van de afgebeelde personen waren in 1967 nog in leven, aan manager Brian Epstein de taak om van iedereen toestemming te krijgen.

Op de uiteindelijk gebruikte foto (door Michael Cooper, een paar andere uit dezelfde sessie zijn beschikbaar in de Sgt. Pepper Anniversary Edition uit 2017) zijn  twee hoofden in de achtergrond weg ge-airbrusht (wie? *)) en er zijn er wat palmbladen bijgemaakt.  


De lp verscheen op 1 juni 1967. Een iconische hoes. Peter Blake ontving voor zijn werk £ 200.

Hoe kom ik hier nu op? Gisteren, op 29 maart 2026  (net een dag te vroeg dus) legde ik het laatste van 1024 stukjes van een puzzel, die ik alweer bijna twee jaar geleden voor mijn verjaardag kreeg (bedankt buurvrouw), en die ik nu eindelijk maar eens maakte.  


Dat viel niet mee, weinig structuur, veel stukjes met een oog, een halve mond en een vage kleurveeg. Enfin, het is gedaan, ik heb in al die jaren nog nooit zo goed naar deze afbeelding gekeken. Zou er ook een puzzel zijn van de 'witte dubbel-lp'? 
 
*)
(O op de foto) 
ǝplᴉʍ ƃuᴉpǝoƃɹǝʌ uǝǝ ɾᴉɥ ʇɐpɯo uǝʇɐlǝƃƃǝʍ 'ʎǝɔɹoפ oǝ˥
ɾᴉddɐɥɔsʇɐɐɯuǝʇɐld ǝp uɐʌ ʞǝozɹǝʌ do uǝʇɐlǝƃƃǝʍ 'ᴉɥpuɐפ