Vandaag precies 55 jaar geleden waren The Beatles in Nederland. Weliswaar volslagen onbekend, en op doorreis naar Hamburg, waar ze tot eind november zouden spelen in twee clubs aan de Grosse Freiheit, bij de Reeperbahn: de Indra Club en de Kaiserkeller. Maar toch: voor het eerst in het buitenland. The Beatles, dat waren toen John, Paul, George, Stu(art Sutcliffe) en Pete (Best). Hun toenmalige manager Allan Williams reed ze er naartoe, in een volgestouwd en ook op het dak met apparatuur zwaar beladen bestelbusje. Er waren geen extra stoelen, men zat achterin op de apparatuur. Verder reisden nog mee: Allans echtgenote Beryl Williams, haar jongere broer Barry Chang, Harold Phillips, een calypsozanger en promotor met de artiestennaam 'Lord Woodbine' (Woody), en een in Londen werkzame Duitse of Oostenrijkse ober, van wie alleen de achternaam bekend is: Steiner, die een baan had gekregen bij Bruno Koschmider, de Hamburgse clubeigenaar die de Beatles als band had gecontracteerd, en die een lift kreeg.
Onderweg werd een stop gemaakt bij het geallieerde oorlogskerkhof in Oosterbeek, waar Allan namens een neef eer wilde bewijzen aan de Engelse soldaten, die 16 jaar eerder waren gesneuveld tijdens de Slag om Arnhem. Bij het monument werd een foto gemaakt door Barry Chang. Op de foto zie je van links naar rechts: Allan, Beryl, Lord Woodbine, Stuart, Paul, George en Pete. Niet op de foto: Steiner en John, die naar verluidt niet uit de auto wilde komen omdat hij die oorlogsgraven niet aankon. Op het monument een bijbeltekst, die ook als profetisch voor The Beatles kan worden gelezen:
Their Name Liveth For Evermore.