31 mei 2017

Een bezoek aan het Paustovski Museum in Moskou

Vorig jaar maakte ik kennis met boeken van Konstantin Paustovski. Ik las een voorpublicatie (Een gietijzeren tijd) uit de nieuw samengestelde, chronologisch geordende, bundel brieven, verhalen, dagboekfragmenten, essays en journalistiek werk: Goudzand, die ik daarna las. Wat een schrijver is dat!

Indringend geschreven reportages over de Sovjet-Unie in de eerste 50 jaar van haar bestaan, verhalen over liefde en natuur, en over het bestaan als schrijver. Ik vond en vind het prachtig. Het boek is te beschouwen als een (wellicht door de schrijver zo bedoelde) aanvulling op Paustovski's hoofdwerk: Verhaal van een leven, dat in de jaren ‘70 en ‘80 in zes delen verscheen in de Privé Domeinreeks (destijds is dat helemaal aan mij voorbij gegaan) en dat momenteel opnieuw uitgegeven wordt in drie dundrukdelen. Met een knipoog noem ik Paustovski nu mijn nieuwe ‘all-time favorite’ schrijver.

Eerder deze maand brachten we een week door in Moskou, het doel was eigenlijk vooral om een aantal vroegere woonhuizen en scholen van E. (die daar tussen haar derde en negende jaar woonde) een keer terug te zoeken en te bekijken. Dat is prima gelukt en zo konden we ook een bezoek brengen aan de echte toeristische plekken als Rode Plein, Kremlin en (verzoeknummer van mij) ook aan het Moscow Literary Museum Centre of K.G. Paustovsky, een klein museumpje gewijd aan, ja Konstantin Paustovski dus. In een kort gesprekje dat ik tijdens een boekpresentatie voerde met Paustovski-vertaler Wim Hartog vertelde hij: ‘Het is een aardig museumpje, klein maar leuk, je bent er niet veel tijd aan kwijt, als je in de buurt bent: doen’. De officiële website biedt weinig houvast voor wie (zoals ik) het Russisch niet machtig is. Iets begrijpelijker informatie vond ik hier.

Ons hotel was bij het metrostation Avtozavodskaya en van daar vertrok bus 99, volgens Google Maps een directe verbinding, ‘uitstappen na 23 haltes’; mooi, geen overstap. De Moskouse bus kost 55 roebel (1,10 euro), inclusief een aardige, behulpzame chauffeur, die hard maar vriendelijk Russisch tegen je schreeuwt, kennelijk in de veronderstelling dat het dan begrijpelijker is. Terzijde: zwartrijden is er in de Moskouse bus niet bij, in de bus staat een tourniquet bij de chauffeur, die laat je door na 'inchecken'.

In een parkachtige omgeving aan de rand van Moskou ligt een houten huis, precies zoals de afbeelding op de website. Net voordat wij naar binnen gingen arriveerde een Moskouse lagere schoolklas, die ook een bezoekje brachten; daardoor was het wel meteen vol.

We kregen een persoonlijke rondleiding door een van de twee medewerkers van het museum, een vriendelijke jongeman die slechts weinig Engels, en dan alleen de allereenvoudigste zinnen, sprak. Maar hij deed erg zijn best en wij waren blij met de toelichtingen. De tentoonstelling beslaat eigenlijk niet meer dan vier, vijf kleine kamers, waar spullen van of betreffende Paustovski zijn uitgestald.

De kamers hebben alle hun eigen onderwerp. Jeugd en opleiding, oorlog en revolutie, de zee, de bossen, schrijven (overigens: Paustovski heeft nooit in dit huis gewoond of gewerkt, het is in 1975 opgezet, puur als eerbetoon). Dit alles wordt getoond en geïllustreerd aan de hand van foto's, spulletjes, documenten, brieven, manuscripten en nummers van kranten en tijdschriften waarin Paustovski publiceerde.

De laatste kamer is (min of meer) een replica van zijn schrijfkamer: een kast met alle (Russische) edities van zijn werken, een bureau met schrijfmachine met ingedraaid typoscript, papieren met aantekeningen, een neergelegde leesbril. De schrijver is net even opgestaan en weggelopen.


Men verkocht ook wat spulletjes, meest Russische uitgaven. Ik kocht een Paustovski-jubileumpotlood en -aantekenboekje (Paustovski werd in 1892 geboren, op de dag dat ik dit schrijf (31 mei) precies 125 jaar geleden).

De toegang tot het museum is normaal 70 roebel (1,40 euro), maar toen wij kwamen was het gratis, want het bleek een of andere vandaag-is-het-museum-gratis-dag. Ik vond het leuk om te zien en te bekijken allemaal, een beetje jammer dat er helemaal geen Engelstalige toelichting was. Maar ik had Goudzand (die chronologische bundel dus) gelezen en met de uitleg van de gids erbij was het prima te begrijpen en te plaatsen.

Nu snel beginnen aan Verhaal van een leven.

25 mei 2017

Het Dictee

Het Groot Dictee der Nederlandse Taal is gestopt. Toch een beetje jammer, hoewel iedereen nu ineens roept dat het archaïsch was, te elitair, veel te moeilijk, niet relevant voor taalbeleving, saai, enzovoorts enzovoorts. Ik vond het vaak wél leuk om mee te schrijven.

De eerste jaren werden de dictees geschreven door een redacteur van de Volkskrant. Dat waren (vond ik) goede dictees. Later werd steeds een andere schrijver gevraagd een tekst te leveren.
Naar mijn smaak werd het toen wisselender. Er zijn goede, maar ook minder goede schrijvers. Goede schrijvers leverden (alweer naar mijn smaak) prima dictees. Een aardig verhaal of betoog met kop en staart in acht of tien zinnen, met een aantal struikelblokken. Jan Wolkers (postuum, destijds gepresenteerd door Karina) en vorig jaar A.F.Th. van der Heijden vind ik de beste voorbeelden van uitstekende dicteeschrijvers.

Vorig jaar deed ik echt mee vanuit de Eerste Kamer met Het Dictee, toen geschreven door A.F.Th. Extra leuk, want mijn favoriete Nederlandse schrijver. Ik sprak hem kort, na afloop, en vroeg hoe dat in zijn werk ging, dat schrijven van het Dictee. Waren er aanwijzingen over in te bouwen moeilijkheden, zoals een tussen-n of niet, of hoofdlettergebruik? Nee, de tekst had hij zelf, zonder richtlijnen, geschreven. In eerste instantie veel te lang (tja, A.F.Th. hè). Er zijn toen wat suggesties gedaan om de tekst te bekorten en daarmee heeft A.F.Th. toen de tweede, definitieve versie gemaakt. Een prima dictee, met een duidelijk onderwerp, dat de schrijver kennelijk na aan het hart ligt. En een paar woorden waar ik nog nooit van gehoord had. Leuk toch?

Dictee-technisch ging het mij toen niet echt geweldig af. Ik maakte een slechte start met maar liefst zes fouten in de eerste zin, maar had verder een prima avond. En dertien fouten totaal. Bedankt, Philip Freriks.

13 mei 2017

De romantici - De sprong naar het Zuiden



Vorig jaar was er veel publiciteit rond een 'nieuw' boek van Paustovski, Goudzand, en terecht want prachtig. Vanaf dit jaar verschijnt zijn hoofdwerk Verhaal van een leven in 3 delen, ik ben daar zeer benieuwd naar, het eerste deel is inmiddels verschenen. 
Misschien daardoor wat onderbelicht is de verschijning van Paustovski's eerste roman De romantici, bij dezelfde uitgever en ook vertaald door Wim Hartog. Ik las het de afgelopen tien dagen.

Wat is een goed boek? Smaken verschillen, ik denk dat het in een goed boek gaat over liefde, oorlog of natuur. En laten dat nou net de onderwerpen van Paustovski zijn. In ieder geval in de twee boeken die ik tot nu toe las van hem.
in De romantici gaat het over een groep vrienden, over de liefde van de hoofdpersoon voor twee vrouwen, ingebed in verhalen van passanten, en met (weer) prachtige omschrijvingen van de natuur. Weer de zee en het zuiden. De Krim en Odessa. Prima boek, waarin ik steeds verder wilde lezen.

Vandaag zag ik in Utrecht ook De sprong naar het Zuiden, een film van Hans Keller over Paustovski, met medewerking van vertaler Wim Hartog, die de film ook nog eens inleidde met een fragment uit Goudzand, waarin Paustovski een boekje opendoet over zijn eigen (negatieve) filmervaring als scenarist (Goudzand, blz. 287 e.v.). De sprong naar het Zuiden is een mooie documentaire uit 1990, in Leningrad, Moskou, Kiev en Oddessa worden plekken en adressen uit het leven van Paustovski bezocht, en er wordt gesproken met dochter Galina (die toen en ook nog nu de literaire nalatenschap beheert) en met zoon Vadim (inmiddels overleden). Een mooie, weemoedige film, vond ik. Ik wil nu snel aan Verhaal van een leven, deel 1 beginnen.

07 mei 2017

Waterlooplein - De laatste joodse bewoners van de nummers 64-78



Afgelopen week las ik dit, en misschien niet geheel toevallig op 4 mei de laatste bladzijden. Wat een boek. Wat een verhalen. Waterlooplein 64-78, het bestaat niet meer. Nu is op die plek de ingang van de parkeergarage onder de Stopera. Niets, geen beeld, plaquette, bord of inscriptie herinnert daar meer aan wat er ooit was en gebeurde, auteur Wally de Lang maakt zich daar (naar mijn smaak: terecht) boos over.



Het boek:

In de Beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam zitten een paar opmerkelijke foto's. (Op een aantal zit nog auteursrecht, daarom link ik in die gevallen naar de Beeldbank)











Het is steeds hetzelfde rijtje huizen, Waterlooplein 64-78, gefotografeerd in 1918, 1932, 1944, 1944, 1945. Een levendige straat, met bewoners, winkeltjes en bedrijfjes, in de oorlog dichtgemetseld, vervolgens met ingegooide ramen en gestript van al het hout, en ten slotte totaal gesloopt of ingestort. Deze foto's fascineerden de schrijfster. Wat is daar gebeurd, wie hebben daar toen gewoond en hoe is het hen vergaan? Daarover gaat dit boek.

Het lijkt eigenlijk wel duidelijk. Waterlooplein, het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt, en de oorlog. Dat is geen vrolijk verhaal. De kracht zit in dit boek in de detaillering.

Het boek bestaat uit twee delen.
In het eerste deel vertelt Wally de Lang over de opeenvolgende maatregelen van de Duitsers, en de steeds dreigender sfeer op en rondom het plein. De provocaties, de vechtpartijen, de Februaristaking, Het uitsluiten van joden van bepaalde functies, de razzia's. De registratie, de 'oproeping voor eventueele deelname aan een werkverruiming in Duitschland', de vernietiging. Het is hopelijk bij iedereen bekend, het is al eerder verteld, en het zal opnieuw verteld worden, moeten worden. Maar omdat Wally de Lang het hier vertelt aan de hand van juist deze buurt, deze straten, dit plein, deze mensen, is het indringender.
Het tweede deel is de eigenlijke kern van het boek. Wally de Lang vertelt systematisch van elk pand, van elke etage, wie er woonden tijdens de oorlog, hoe ze heetten, wat hun achtergrond was, wat voor werk ze deden, hoe ze leefden en hoe het met ze afliep. Het gaat over 26 gezinnen of alleenstaanden, in totaal over 114 personen. Geliefden, ouders, grootouders en kinderen. Tien van hen overleefden de oorlog.
De bewoners van dit rijtje huizen waren marktkoopman of -vrouw, venter, handelaar in allerlei spullen, autosloper, winkelier. Ze waren niet rijk, meestal ronduit arm, en liepen veelal 'in de steun'. Ze konden niet, of slechts gebrekkig schrijven, hadden geen geld, geen uitgebreid netwerk, konden daarom geen onderduikadres vinden of betalen, en waren daardoor kansloos. Ze schreven geen dagboeken, lieten geen portretfoto's maken, en ook hun familie of bekenden konden het na de oorlog om dezelfde redenen in de meeste gevallen niet navertellen. Grofweg gezegd: ze zijn vermoord, en niemand herinnert zich deze mensen.
En toch heeft Wally de Lang van deze mensen kleine biografietjes weten te maken, in een aantal gevallen zelfs tóch met een foto. Van iedereen is de gewone overheidsadministratie wel wat terug te zoeken: geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten, en inschrijvingen in de Burgerlijke Stand. De mensen van het Waterlooplein waren in veel gevallen marktkoopman of -vrouw, en dus waren ze in het bezit van een Marktkaart. Deze zijn in het archief, en zelfs op internet, na te zoeken. Op die kaart staat vermeld met wat voor goederen en op welke markt ze stonden. En in veel gevallen een pasfoto, zodat de mensen nu weer een gezicht hebben.
De wrange ironie is dat veel van de tóch beschikbare gegevens over deze personen er juist nog zijn omdat ze vaak straatarm waren. Ze deden een beroep op bijstand, of om een eenmalig bedrag om hun schamele handel weer op gang te krijgen. Vaak meermalen. Van die verzoeken zijn de dossiers overgeleverd. Hierin werd nauwgezet vastgelegd het hoe, wat en waarom.

Dankzij Wally de Lang weten we nu wat meer over deze mensen. Het betrekkelijk geringe wel en het vele wee. De armoe, het sappelen, de wanhoop. En altijd weer dat verbijsterende einde, de messcherpe precisie van de vernietiging. Men krijgt een oproep, of wordt tijden een razzia van straat of in huis opgepakt. Registratie in de Hollandsche Schouwburg. Met de tram naar het Centraal Station. Met de trein naar Westerbork. In veel gevallen binnen een paar dagen doorgezonden naar Auschwitz of Sobibor. Een paar dagen later, bij aankomst, meteen op de vrachtwagen of lopend naar de gaskamers. In Auschwitz kon men ook nog geselecteerd worden voor dwangarbeid. Dan werd je nog een week of wat afgebeuld, voordat je bezweek of alsnog vergast werd.

David Barnouw omschreef dit boek vanmorgen op Radio 1 als 'echt, echt goed'. Voor wat het waard is: ik sluit mij daarbij aan. Microgeschiedenis, indrukwekkend en hartverscheurend.

09 april 2017

De reünie



De middelbare school bestaat 100 jaar. Reden om weer eens naar een reünie te gaan. Ik ben niet zo'n reünie-gaander, op mijn school is er elk jaar een (krankzinnig vaak dus), ik was er nu sinds mijn diploma (ruim 40 jaar geleden) volgens mij twee keer eerder geweest, voor het laatst in 2011. Maar 100 jaar, dat is wel speciaal. Dus gaan. Het moet gezegd: het was meer dan prima georganiseerd. Ontvangst met een glas champagne, er konden spulletjes gekocht worden om de school te steunen (ik kocht een dopper en het jubileumboek (verschijnt in juli)), er was te drinken en te eten, er was muziek, er waren rondleidingen, lessen door oud-leraren. En het was druk. Veel oud-leerlingen en oud-leraren. Er waren redelijk wat oud-klasgenoten, ook een paar die er de vorige keer niet bij waren: Whimpysinger, De Moraatz, Van der Karbargenbok en Schattenkeinder. Daar lag het niet aan.

Hedatisleuklangnietgezienhoeishetmetjouwatdoejezoalmetmijgaathetgoedgetrouwddriekinderendeoudstestudeertenjijdantweedevrouwgohhetiswatweetjenogdiescheikundeleraarkomhoeheettedieookweerikzouerniksmeervanwetendathelescheikundeendandetripjesleukeninromelachenwasdatheleukhoorvoormijneersteschoolonderzoekwiskundehadikeeneendusikwistikbenklaarvoorditjaarniksmeergedaansteenbergenwasrectorneevanbovenwehoudencontactzitjijookopfacebookwemailentotvolgendjaarovereenjaarofwatdoenwehetgewoonnogeenkeer!

En toch.... Ik kan er niet goed tegen, merk ik. Je staat maar in je geheugen te graven en een gesprek te voeren met mensen die je eigenlijk niet kent en met wie je niet meer (maar ook: niet minder) gemeen hebt dan dat je een aantal leuke jaren met ze hebt doorgebracht op school. Ruim veertig jaar geleden. Na ongeveer drie kwartier had ik het wel bekeken en ben ik weggegaan. Nummertje van de garderobe ook nog kwijt. Uiteindelijk jas toch gevonden. Naar buiten. Terug gewandeld naar het station langs Haagse Bos, Malieveld en Koekamp. Frisse lucht en zon. Drie keer is scheepsrecht, dit was de laatste schoolreünie voor mij. Ik koester voortaan mijn herinneringen.

31 maart 2017

Karel van het Reve - Verzameld werk 7



Onlangs las ik dit boek. Het laatste deel van het Verzameld werk van Karel van het Reve. Net als voorgaande delen bestaand uit gepubliceerde boeken, aangevuld met niet eerder gebundeld, of zelfs niet eerder gepubliceerd werk. Ik begon in 2011 met deel 1 en las elk jaar een deel. Alle 7 goed. Dit laatste deel bestaat uit de bundels Luisteraars!, Achteraf, en het zeldzame Apologie, aangevuld met ongebundeld werk, annotaties en een cumulatief register voor alle delen. Dat is handig.

Tussendoor las ik ook nog de volgende Karel-publicaties, niet in het Verzameld werk opgenomen.

Een facsimile boekje met een verhaal voor zijn kleinkinderen Jeroen en Michiel Driessen, dat ik kreeg van WvdB.



Boek met foto's en teksten van Karel. Leuk om door te bladeren en in te lezen.



Onder andere over de keer dat Van het Reve, op weg naar een door hem te geven college, met de auto in het Leidse Rapenburg belandde, op 22 januari 1970. Door voorbijgangers werd hij uit de gracht gehaald, waarna de toevallig passerende Maarten Biesheuvel hem zijn droge broek leende, zodat het college gewoon doorgang kon vinden.



Gebundelde interviews.



Ik had voor 2011 al een aantal boeken van Van het Reve gelezen, maar ben toen begonnen in Verzameld werk, daartoe aangespoord door Ben Hoogeboom, die nog mee heeft geholpen door proefdrukken van de delen na te pluizen op onregelmatigheden, en die mij regelmatig aanspoorde vooral toch álles van Karel van het Reve te lezen. Hij wilde mij desnoods zijn deeltjes lenen. Ben, als je dit ziet vanaf je wolk: gedaan! Bedankt voor de tip!

'Ergens' moet ik ook nog een leerboek Russisch voor beginners van Van het Reve hebben. Het exemplaar van mijn schoonvader, die in de jaren 60 in Moskou woonde en daar Van het Reve een paar keer ontmoet heeft. Ergerlijk, dat dit nu onvindbaar is. Ik moet eens gaan opruimen.

Uitgeverij Van Oorschot, is er niet een fijn boek te maken met brieven van Karel aan Geert en Geert aan Karel? Anders zit ik zonder Karel, in 2018.

26 maart 2017

Plegen of begaan?

Jeroen Brouwers heeft een nieuwe editie van zijn 'zelfmoordboek' De laatste deur uitgebracht. Ik heb de editie uit 1983, deze vond ik zeer lezenswaard, en ik ben nu ook benieuwd naar deze nieuwe, zeer vermeerderde uitgave. Later dit jaar.

Brouwers heeft zich voor de gelegenheid laten interviewen door NRC (17 maart 2017) en het boek werd in de Volkskrant besproken op 18 maart. Mij viel iets op. Naar aanleiding van de terminologie met betrekking tot zelfmoord zegt Brouwers in NRC: "Om die reden ben ik tegen 'zelfmoord begaan', want het is 'zelfmoord plegen'. Maar men wil pijnlijke zaken altijd versluieren."
Een dag later staat in De Volkskrant in de recensie van De laatste deur: "[...] de geschiedenissen van de schrijvers die zelfmoord begingen (het woord 'plegen' vermijdt Brouwers vanwege de criminele bijklank)[...]."

Ja, NRC en Volkskrant, of Jeroen Brouwers: wat is het nu: plegen of begaan?

Aanvulling 27 maart.
Vandaag verscheen op literair weblog TZUM een recensie van De laatste deur. Her wordt Brouwers aangaande 'plegen of begaan' uit het boek geciteerd:

Daar er voor mij niets misdadigs of laakbaars met zelfmoord is verbonden, en ik ook het taboe er omtrent niet erken, geef ik er de voorkeur aan te spreken van ‘zelfmoord begaan’: – volgens datzelfde ((mijn strikt eigen)) besef van de suggestieve macht en de gevoelswaarden der woorden is het woord ‘begaan’ in het gegeven verband minder criminaliserend.

Ik kon het niet zelf uitzoeken, want ik heb het boek nog niet. Makkelijk praten achteraf, maar eigenlijk vermoedde ik dit al, vanwege de betrokkenheid van Brouwers bij het onderwerp. Waarschijnlijk heeft NRC het dus niet goed begrepen tijdens het interview.