23 januari 2017

Ik droom....ik droom.... ik droom...

Gisteren overleed Adèle Bloemendaal. Een associatie. Ooit, heel lang geleden, speelde zij mee in Mik & Mak, een kinderprogramma dat begin jaren 60 werd uitgezonden. Ik wist dat natuurlijk helemaal niet, dat Adèle meespeelde, ik was 8 en kinderen uit de hele straat keken televisie bij mevrouw De Bruin, de enige met een toestel. Hoofdpersonen in Mik & Mak waren natuurlijk Mik en Mak, twee jongemannen (Donald Jones en Ger Smit) die op een of andere manier waren aangeland bij het Huisje op de vier windstreken van Oma Tingeling en daar hun avonturen beleefden. Enfin. Er was maar een televisiezender, dus iedereen keek ernaar. De volgende dag op straat en op het schoolplein werden de scènes nagespeeld. Eén daarvan is mij altijd bijgebleven. Ik herinner me dat op het schoolplein, en ook op straat tientallen kinderen in een soort polonaise liepen. Ido, Dikkie, Martin, Fransje, Marli, Sonja, Frits, ik en nog meer. Ik droom...ik droom...ik droom...

22 januari 2017

Er zit nog in, maar er komt een luchtscheet



Niet iedereen zal het met mij eens zijn, maar ik vind Marmite (ik spreek uit: marmiet) een lekker spulletje. Zo op brood, of op een plakje kaas. Het zat altijd in een glazen pot, maar ook daar heeft nu de plastic knijpfles zijn entree gemaakt. Dat is dus geen succes. Het spul is te stroperig om uit zo'n knijpfles te komen. Het is te viskeus en, net als tandpasta of pindakaas, een zogenaamde Bingham-vloeistof, die pas in beweging komt als er een bepaalde minimale kracht op wordt uitgeoefend. Een ouderwetse (ook hier heeft de vooruitgang toegeslagen) tandpastatube kon je tenminste nog al oprollend leeg krijgen. Terug naar de Marmite. In het begin gaat het nog wel, maar als je over de helft bent wordt het moeizaam. Er zit nog in, maar er komt een luchtscheet. Wat dan rest is de dop er afschroeven en met een mes peuteren. Ook dat gaat niet goed, door de bolle vorm. De glazen pot moet terug!

Pluk de dag

vanochtend na het ontbijt
ontdekte ik, door mijn verstrooidheid,
dat het deksel van een middelgroot potje marmite
(het 4 oz net formaat)
precies past op een klein potje Heinz sandwich spread

natuurlijk heb ik toen meteen geprobeerd
of het sandwich-spread dekseltje
ook op het marmite-potje paste

en jawel hoor: het paste eveneens


(Cees Buddingh', 1966)

Update 6 mei 2021: Het gezond verstand zegeviert!
Of men mijn blog heeft gelezen, of een bericht van iemand anders, of dat men zelf tot de conclusie is gekomen dat die plastic knijpfles ongeschikt was weet ik niet. Maar de glazen pot is terug. Hoera!


07 januari 2017

Sigaren- en tabakwinkel SITA

Ik kocht vanmiddag in Den Haag wat vis bij de visboer op de Goeverneurlaan, voor mijn moeder, en liep even een stukje door, naar de Hildebrandstraat.

 

In dit winkelpand zat vroeger de sigaren- en tabakwinkel (SITA, hoe moeilijk kan het zijn) van mijn opa en oma. 

In de winkel rook het lekker, naar tabak en cederhout, en op de toonbank stond een koperen (of messing?) vlamhouder, met een 'eeuwig' vlammetje, waaraan de klanten hun zojuist gekochte sigaar konden aansteken. Daar mocht ik NIET AANKOMEN! Achter de winkel was een kleine woonruimte, maar mijn grootouders woonden in het huis erboven, waar ik als ik het mij goed herinner ook nog wel gelogeerd heb.

Hier een foto uit 1934 van de Haagse Beeldbank (toen mijn grootouders deze winkel overigens nog niet hadden, maar als u op de Haagse Beeldbanksite inzoomt ziet u bij de bovenwoning wel het naambord van mijn opa). Rechts op de foto staat volgens mijn vader (die deze foto nog gezien heeft) 'de fietsenmaker', zoals in de familie altijd aangeduid, zonder verdere naam. 


 
Rond 1960 zag het er ook nog ongeveer zo uit. Ik keek vanmiddag door de ruit even naar binnen. Nu zit er een uitzendbureau, en de ruimte is helemaal doorgetrokken naar de achterliggende tuin. Onherkenbaar natuurlijk.

03 januari 2017

Lezen in 2017

Het is de tijd van de (goede) voornemens. Na mijn blog over het lezen in 2016 nu mijn idee over 'hoe het nu verder moet'. In 2015 las ik 70 boeken, in 2016 waren het er 65. Ik hoop deze lijn voort te zetten en dit jaar tussen de 50 en 60 boeken te lezen.



In ieder geval zal daar het laatste deel van het Verzameld Werk van Karel van het Reve bij zitten (ik las de laatste 6 jaar steeds een deel per jaar). Momenteel lees ik Kwaadschiks, van Van der Heijden. Twaalfhonderdtachtig pagina's, dus daar ben ik ook wel even zoet mee.



En nog zo'n dik boek, Goudzand, van Paustovski, nu in huis en dat gaat zeker gelezen worden.



Er liggen verder nog 2 delen Verzameld Werk van Willem Frederik Hermans, al een paar jaar. Eigenlijk zou ik niet naar de boekhandel hoeven gaan. Maar dat vind ik moeilijk.

Ik kijk naar de boekenkast. De boel loopt uit de hand. Ik ga dit jaar 104 boeken die ik nooit meer ga herlezen wegdoen. Naar de kringloop of zo. Dan worden ze misschien toch weer eens gelezen, door iemand anders.

Bij leven en welzijn leest U hier op 31 december wat er van terecht is gekomen.

31 december 2016

Boeken 2016



U ziet het, ik las dit jaar minder (65 stuks) boeken dan in 2015. Ook waren ze gemiddeld dunner (240 blz per boek). Er zaten weliswaar een paar knoeperts tussen, Oorlog en Vrede met 1606 blz. was het dikst, maar ik las bijvoorbeeld ook 21 boeken/boekjes met minder dan 100 bladzijden. Enfin, wat doet het ertoe, als je maar de goede bladzijden leest.

De beste boeken die ik in 2016 las:
Stefan Zweig - De wereld van gisteren (Herinneringen van een Europeaan)
Primo Levi - Is dit een mens, en Het respijt

Er waren meer goede, maar dit vond ik de beste. Ik las ook minder goede, of zelfs slechte boeken. Die noem ik hier niet.

Wat mij opvalt is dat ik meer buitenlandse boeken ben gaan lezen. Dit jaar 25 stuks, meest Engels, andere vertaald, twee in het Duits.

Er waren 26 schrijvers, van wie ik dit jaar voor het eerst een boek las.

Op 3 januari blogde ik mijn leesvoornemen voor 2016. Wat is er van terecht gekomen?
- lezen Verzameld Werk - Karel van het Reve, deel 6. Gedaan.
- lezen Oorlog en vrede - Tolstoj. Gedaan.
- lezen Berlin Alexanderplatz - Alfred Döblin. Gedaan.
- lezen Homeros - Ilias, en als het bevalt ook de Odysseia in de vertaling van Imme Dros. Niet gedaan, niet meer aan toegekomen.

Dit was het boekenjaar 2016, volgend jaar weer een boekenjaar!

23 december 2016

Reünie op het Berendsgymnasium

Ik zei al dat ik De avonden herlees. Van 22 tot en met 31 december, elke dag een hoofdstuk. Vandaag dus het tweede, het verhaal speelt zich af op maandag 23 december 1946.

Frits van Egters gaat die avond, samen met broer Joop en zijn vrouw Ina naar een reünie van het Berendsgymnasium. Ze zijn oud-leerlingen, de school bestaat 20 jaar. Frits spreekt met wat oude bekenden, en schuift daarna aan bij het programma in de aula.

Zoals wel bekend: in De avonden corresponderen veel personages en verhaalelementen met personen en gebeurtenissen in het leven van Gerard Reve. Reves middelbare school, het Vossius Gymnasium in Amsterdam, stond model voor Frits' middelbare school, het Berendsgymnasium. In Het Parool van 21 december 1946 staat onderstaand verslag.



De reünie vond in werkelijkheid dus een paar dagen eerder plaats, op vrijdag 20 december 1946.

Leuk vond ik het de vermelding van Jaap Schröder, later een tamelijk bekend violist, te zien. Ik ken Jaap Schröder zeer zijdelings, hij is de vader van een schoonzus. (Natuurlijk is ook Marius Flothuis bekend geworden, als componist en musicoloog.)

"Het programma werd voortgezet met een kort concert in drie delen. Toen dit was geëindigd was het tien voor tien. Het volgende nummer was het Impromptu van Schubert. De tere doordringende muziek steeg langzaam op."

Ik liet mijn schoonzus dit krantenartikeltje lezen, ze wist er niets van en is nu van plan De avonden toch weer eens te gaan lezen.

Dag meneer Meinderts

Ineens begrijp ik een rare gedachtekronkel, waar ik een tijd mee rondliep. Meneer Meinderts. Ik leg uit: Ik vond en vind het werk van Jan Wolkers wel mooi. En dan niet alleen de boeken, maar ook de schilderijen en beelden. Als het even kon, bezocht ik zijn tentoonstellingen, bijvoorbeeld (postuum) deze in de Leidse Lakenhal, maar ook andere. Ook ging ik bijvoorbeeld hier naartoe. Soms zie je dan dezelfde mensen. Ook Wolkers-fan. Zo kwam ik een paar keer dezelfde man tegen met een baardje, en dacht dan: Daar is Aad Meinderts, van het Nederlands Letterkundig Museum (nu: Literatuurmuseum. Tegen sommige mensen zeg ik erbij: de broer van Koos). Natuurlijk is hij er ook bij, dat hoort bij zijn werk, was ongeveer de gedachte. Zo ook weer bij dat Kort Amerikaans-symposium. Omdat ik Aad Meinderts wel tegenkom op Twitter dacht ik dat het wel aardig zou zijn om hem even de hand te schudden.
Tijdens de lunch ging ik naast hem zitten en gaf hem een hand. 'Dag meneer Meinderts, ik stel me even voor: "FZwaan, van Twitter"'. De man keek mij bevreemd aan, lachte en zei dat hij niet 'meneer Meinderts' was, maar dat hij het toch leuk vond kennis met mij te maken.

Nooit heb ik begrepen hoe dit nu kon. Tot gisteren. Ik googlede wat over het Literatuurmuseum, zag een foto en wist: de man bij de Wolkers-bijeenkomsten leek niet op 'meneer Meinderts', maar op Harry Prick. Google nu zelf het verband.