
Die gedichten zijn helemaal niets.
Een kenmerkend citaat van Hanny Michaelis over haar werk. Ik ben het daarmee oneens. Ze zijn wél iets. Ik las Verzamelde gedichten. Elke dag een stuk of wat, voor het slapen gaan. De taal is direct en helder, kleinspraak noemt ze het zelf, de gedichten zijn veelal indrukken van de stad, het weer, het seizoen, liefdes(on)geluk, de ondraaglijkheid van het leven. Vaak leesbaar als proza, altijd raak en toch onverwacht ontroerend, onthutsend.
[...]
Lachen, praten, overmoedig
denken dat het zo wel gaat.
Merken dat men zich vergist
ook hierin. Heel het treiterend bedrijf
van deze dag en alle volgende
in vier woorden samengebald:
iemand is niet gekomen.
Ik las de vierde druk, inmiddels is er de vijfde druk, deze is vermeerderd met een ruime keuze uit nagelaten werk. Daar ben ik dan toch wel benieuwd naar, naar dat nagelaten werk.







