
Zeer lezenswaard brievenboek met de briefwisseling tussen de twee kanonnen Hermans en Reve. In het begin gaat het goed, ze lezen, becommentariëren en waarderen, bewonderen zelfs elkaars werk. Eind jaren '50 is er de breuk. Reve en Hermans komen er achter dat ze te verschillend van aard zijn. 'Hoe onbegrensd mijn medelijden ook moge wezen, mijn tijd is niet onbegrensd’, schreef Hermans aan Reve. ‘Daarom is in ongenade laten vallen wel het meest geschikte middel om van het gezeur af te komen. Dit overkomt jou dus bij dezen.’ In de bijna dertig jaar die nog volgen, blijft Reve het af en toe proberen, maar Hermans heeft er geen zin meer in, hij noteert 'Laat maar zitten' op de laatste enveloppe die hij van Reve ontving. Jammer eigenlijk. Iemand zou hier eens een roman over moeten schrijven.

