09 juli 2014

'de Buurt'



Ik wist wel dat dit ergens stond, maar had het nog nooit gezien. Steeds ongezien langs gelopen, waarschijnlijk. Ook nu staat het een beetje verstopt naast de raadzaal in het atrium van het stadhuis van Den Haag.
Het is een bronzen maquette van de oude Jodenbuurt in Den Haag, 'de Buurt', gebaseerd op de situatie aan het begin van de twintigste eeuw. Kleine huisjes, smalle straatjes. De bewoners zijn in 1942 weggevoerd en grotendeel vermoord, de bebouwing is na de oorlog en eind vorige eeuw voor een groot deel vernieuwd. Wat nog lang bleef herinneren aan de Joodse geschiedenis was Mouwes, op de hoek Gedempte Gracht/Bezemstraat. Mijn ouders en ook ik kochten daar jarenlang potten zoute bommen, later namen mijn ouders ze nog voor mij mee mee, als ze bij ons op bezoek kwamen. Maar ook Mouwes is al jaren weg.



Hier een kijkje vanaf het Spui, op de Gedempte Gracht. Onherkenbaar. Vooraan zit nu links en rechts de Markthof, meer naar achteren de Hema en een parkeerterrein bij De Bijenkorf.



De Nieuwe Kerk, die staat er nog. En verder is het nu een soort Chinese wijk. De getijdenwerking van de geschiedenis.

06 juli 2014

6 juli 1954, 12.45 uur



Dit is de toenmalige kraamkliniek van het Algemeen Ziekenfonds De Volharding, Nieuwe Duinweg 24 in Den Haag. Afgebroken. Maar: ik ben er nog. Jawel!

14 juni 2014

Juni 1964 - 2014



Ik kwam deze foto weer tegen. Mijn schoolklasje uit Den Haag. Open en vrolijk kijken we allemaal naar de camera. Het is volgens mij de enige klassenfoto uit mijn lagere-school-carrière. Ik herinner me nog dat deze gemaakt werd. Op de achterkant staat, in het handschrift van mijn vader, "juni 1964, Linnaeusschool A Paets v Troostwijkstr".
Daaronder heb ik alle namen opgeschreven.



50 jaar later. Ik loop vaak langs deze plek, als ik met mijn moeder naar de Rijswijkse markt ga. De school bestaat niet meer, de bosjes waar we speelden zijn weg. Er is nu gras en een voetbalveldje. Een bankje is er nog wel. Modern modelletje. Het wordt allemaal niet meer zo goed schoongehouden als toen. En waar zijn Leonora, Annie, Cilly, Silvia, Rudi, Harry, Ina, Ineke, René, Olga, Rob, Paul, Jenny, Kitty, Wil, Thea, Dik, Eddy, Rudi, Sylvia, Yvonne, Manja, José, Jetty, Theo, Bert, Peter, Rudi en Robbie? Waar ik zelf ben weet ik meestal wel. En juffrouw Dinsbach, die vriendelijke oude Indische dame, die kijkt naar ons vanaf een wolkje, hoorde ik jaren geleden al.

02 juni 2014

Karel van het Reve - Verzameld werk 4



Onlangs las ik dit boek. En ik moest daarbij weer aan Ben denken. Ben is al anderhalf jaar dood. We mailden over boeken, schrijven, lezen. Ik moest volgens hem gewoon 'alles van Karel van het Reve' lezen. Ik kon de boeken wel van hem lenen. Ik heb dat niet gedaan, want ik houd niet van boeken (uit)lenen. Inmiddels Ben, ben ik bij deel 4 aangeland. 1000 bladzijden, de periode 1973 - 1980 beslaand. Dit deel bevat twee boeken van Karel, Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes en Uren met Henk Broekhuis. Daarnaast nog zo'n 500 - 600 bladzijden met niet eerder gebundeld, en zelfs niet eerder verschenen werk. Heel veel (alle?) Broekhuisstukjes, en daarnaast o.a. de roemruchte Huizingalezing Het raadsel der onleesbaarheid. Ook bijv. de twee stukjes met een ironische beschrijving van Het Geheime Landgoed van broer Gerard, een volgende nagel aan de doodskist van een normale verhouding tussen de broers. Weer veelal geschreven in die geweldige 'uitgestreken snoet' stijl waar de broertjes Reve beiden patent op hadden. Het boek bevat veel verklarende noten, maar het is wel handig als de lezer een beetje weet wie bijvoorbeeld Stalin, Amalrik en Age Bijkaart zijn.

Volgend jaar lees ik deel 5.

28 mei 2014

Schijn bedriegt



Kees Hulst en Hein van de Heijden als twee mopperende broers ("halfbroers!") in dit stuk van Thomas Bernhard. Het begint meteen goed, met een 40 minuten durende monoloog waarin allerlei zeer en leed wordt gedeeld. Wat is Kees Hulst toch weer goed als oude mopperkont. Mopperend, maar ook met humor. Met de bril waarmee ik Voltaire lees, bekijk ik ook mijn teennagels. Deprimerend. Het gaat over de afgunst tussen de broers ("halfbroers!") naar aanleiding van de erfenis van een gedeelde liefde. Over het verschil tussen een serieuze toneelspeler en een 'echte artiest' met een 21-bordennummer. Verwijten, teleurstellingen en het verleden. Een mooie toneelavond was het. Nog een week of wat door het gansche land.

05 mei 2014

Nederlandsche niet-Nederlander

Gisteren, 4 mei, heb ik via Facebook en Twitter weer aandacht gevraagd voor het verschrikkelijke lot dat de familie Raphalowiz (die in hetzelfde huis woonde als ik, tot 1942) moest ondergaan.

Vandaag is het 5 mei, en vieren we de vrijheid. Opmerkelijk genoeg moest ik weer aan de familie Raphalowiz denken, in het bijzonder aan de vader, Henri Raphalowiz, stoffenverver in Den Haag. Tijdens mijn zoektochten naar meer gegevens vond ik, dat Henri voorkomt in de handelingen van de Tweede Kamer.

Tijdens de vergadering van 13 december 1932 was een van de ingekomen stukken een verzoekschrift '(..) van H. Raphalowiz, stoffenverver, te 's Gravenhage, en van H. W. Selbeck, kantoorbediende, te Rotterdam, houdende verzoek om vaststelling eener regeling krachtens welke zij, die in Nederland zijn geboren en niet in het bezit zijn eener nationaliteit, kosteloos danwel tegen verminderde kosten kunnen worden genaturaliseerd; (..)'.

Dit ingekomen stuk heb ik nog niet kunnen vinden. Wel is er in de dagbladpers ook aandacht geweest voor dit initiatief. In Het volk: dagblad voor de arbeiderspartij van 12 mei 1931 staat een ingezonden brief van Henri.



Uit het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage blijkt dat dit weldegelijk dezelfde H. Raphalowiz is die ruim 11 jaar later van de Allard Piersonlaan is weggevoerd. In 1931 woont hij nog in de Lyonnetstraat, in dezelfde wijk, Laakkwartier. Henri woont dan in bij zijn vader. Zijn vrouw en kind wonen op een ander adres, een eigen huis was nog steeds niet gevonden.

Ook op andere plaatsen in de pers is er aandacht. Zoals men in de brief kan lezen, gaat het over de rechten van kinderen van buitenlandse afkomst, maar wel geboren in Nederland. Voor Henri persoonlijk betrof dit hemzelf, geboren in Amsterdam, en zijn zoon Marcel Philip, geboren in Den Haag, maar beiden stateloos, omdat de (groot)ouders uit Polen hier naartoe waren gekomen.

Wat er met het naar de Tweede kamer verzonden stuk precies is gebeurd weet ik ook nog niet, maar het is nu ruim 80 jaar later, en nog steeds wordt er moeilijk gedaan over de rechten van kinderen van buitenlandse komaf, die hier geboren zijn, opgroeien en deel uitmaken van de samenleving. Die vrijheid die vandaag gevierd wordt, die is inderdaad niet vanzelfsprekend.