
Een nieuw boek van Maarten 't Hart, met biografische aantekeningen. Ik had me er op verheugd, want in 1984 las ik met veel plezier Het roer kan nog zesmaal om, zijn autobiografie tot dan. Helaas vond ik dit boek (dat aangeduid werd als het vervolg) beduidend minder interessant. Het zal er mee te maken hebben dat na 1984 niet zoveel (eigenlijk: geen) drastische veranderingen in 't Harts leven optreden, maar daarnaast is het ook een stijlkwestie. 't Hart heeft er een handje van wat ouderwetserig te schrijven, met hier en daar flinke uitweidingen en zijpaden over geliefde onderwerpen. Zo is er een verhaal over een ziekenhuisopname na een beenbreuk, maar als er dan een kennis op bezoek komt, wordt in hun gesprek uitgebreid over klassieke muziek gepraat, wat ontzettend van het eigenlijke onderwerp afleidt. Bepaald geen slecht boek, maar zeker niet Maarten 't Harts beste.





