Vandaag las ik in NRC dat professor Doorman is overleden. Dat was een geweldig leuke, boeiende man. Zoon van de legendarische Karel Doorman, voorzitter geweest van de VPRO, Wagner-liefhebber, directeur van het Sweelinck Conservatorium, en van Stichting Skepsis. Hij gaf filosofiecolleges in Delft. Dat was wel wennen in het eerste jaar voor al die beta's. Nadenken over vragen als wat is goed? Wat is waar? Wat is wetenschap? In het tweede jaar bestudeerden we de
Tractatus Logico-Philosoficus van Wittgenstein, in de vertaling van Willem Frederik Hermans. In de na-kandidaatsfase koos ik voor het filosofiepakket voor de verplichte niet-technische vakken. Ik kreeg toen weer college van Doorman, in de formele logica. Toevallig had ik vorige week de dictaten weer in mijn hand. Ik raakte (samen met een studievriend) met hem in gesprek over zijn kritiek op Harry Mulisch' filosofische boek
De compositie van de wereld (toen net verschenen en het gesprek van de dag, althans bij ons), dat hij beschouwde als een interessant maar uiteindelijk teleurstellend werk van een dilettant. Om zijn argumenten kracht bij te zetten gaf hij mij een manuscript van een artikel waarin hij puntsgewijs de poten onder Mulisch wegzaagt. Ik ben het allemaal nagegaan, Doorman had gewoon gelijk, Mulisch gaat als ik het mij goed herinner al in Hoofdstuk 1 (
Rechtvaardiging der paradoxen) in de fout. Ik zal als ik er aan denk dat nog eens uit de oude mappen opdiepen. Mulisch kende de kritiek, maar weigerde altijd er inhoudelijk op in te gaan. Wel signeerde hij mijn exemplaar van
De compositie van de wereld. Toch maar bewaren dus. Goed, een van de Delftse smaakmakers uit mijn studietijd is er niet meer, het is niet anders.